Paula Dolders
05/11/25
Elke gemeenschap heeft mensen die al jarenlang een onvervangbare rol spelen. Paula Dolders is zo iemand voor Drogenbos. Een duik in haar leven en engagement: van de Drogenboskabouters tot de hespenfeesten.
'Ik ben geboren en getogen in het verre maar vooral sympathieke Limburg, in Peer. Mijn vader was mijnwerker, op zoek naar het zwarte goud in de bodem van de provincie. Elke dag kwam hij zwart thuis, helaas vond hij nooit het gele goud. Ons moeke was zoals de meeste moeders in die tijd een vlijtige huismoeder die zorgde voor het huishouden, voor haar man en acht kinderen.’
‘Ik was de vierde in de rij en naar het schijnt was ik de braafste, nog steeds. Mijn kindertijd verliep heel normaal tot mijn 14e. Toen vertrok ik uit Peer om in Leuven op internaat te gaan. In Peer was immers nog geen middelbare school. Meteen na mijn studies kwam een aalmoezenier uit het leger me smeken om godsdienstles te geven in een basisschool van het leger in Duitsland, waar de Belgische soldaten gelegerd waren. Dat heb ik drie jaar gedaan. In die periode leerde ik ook mijn toekomstige man Gilbert Walgraeve kennen. Samen zijn we afgezwaaid. Na mijn afscheid in Duitsland heb ik nog een jaar in Eindhoven gewerkt bij Philips, als kwaliteitslaborante.’
De eerste kennismaking
‘Gilbert en ik trouwden in 1970 en kwamen naar Drogenbos om de winkel van zijn ouders ‘In de Welkom’ in de Langestraat te runnen. Het was mijn eerste kennismaking met Drogenbos en zijn inwoners. Het lukte vrij goed, ondanks mijn beperkte kennis van de Franse taal. Zoals ik het zelf noemde: mijn Limburgs Frans. Maar ik paste me snel aan en niet lang daarna mochten we twee flinke dochters verwelkomen: Anja en An, die tussen de winkelrekken opgroeiden.’
‘Na vijf jaar verhuisden we naar Anderlecht, waar we een groothandel in vleeswaren opstartten. Maar weer vijf jaar later keerden we terug naar Drogenbos om onze zaak uit te breiden. Vanaf onze terugkeer engageerden we ons in het gemeenschapsleven. De eerste contacten waren, zoals meestal, met de school waar de kinderen waren
ingeschreven en waar we ons ook inzetten voor het oudercomité. Ik heb nog steeds contact met de kleuterleerkracht van mijn kinderen. En van het een kwam het ander: in 1982 werden we bestuurslid van het Davidsfonds. Ik werd ook aangesproken voor de gemeenteraadsverkiezingen en werd meteen verkozen als raadslid. Dat was niet mijn grote passie, al die financiële besprekingen, maar ik heb het toch 18 jaar volgehouden.’
De Drogenboskabouters
‘Toch even situeren: in die periode was er nogal wat te doen over de faciliteitengemeenten en in 1985 werd een Spel zonder Grenzen georganiseerd tussen de zes faciliteitengemeenten rond Brussel. Elke gemeente zou een ploeg afvaardigen en ook zijn reus als mascotte meebrengen. Drogenbos had noch een ploeg, noch een reus.
Dus werkten we aan beide tekorten: er werd een reus gemaakt van maar liefst 4 meter hoog, met een hele ploeg errond. Dat werden de Drogenboskabouters. We wonnen zelfs de tweede editie.’
‘Sinterklaas kwam in 1985 de reus dopen op het speelplein. Jean Calmeyn werd peter, ik werd meter. Vandaar ook zijn naam Paulus Johannes Drogenboskabouter. Het werd een groot feest en vanaf dan moest ik zorgen voor ons petekind, maar ook voor zijn 50 kleine kabouters. We werden een echte folkloristische groep en konden deelnemen aan de vele Sinterklaasstoeten en carnavals en feestelijkheden in binnen- en buitenland. Om al die kosten te kunnen dragen, organiseerden we in februari een pannenkoeken- en wafelenbak. Gilbert en Pierre installeerden een ‘keuken’ op een aanhangwagen, waarmee we door de hele gemeente trokken om vers gebakken koeken naar de Drogenbossenaren te brengen. Bij burgemeester Calmeyn kregen we een drankje, een druppelke jenever voor de volwassenen. Hij was enorm fier op het hele gebeuren.’
‘Een ander event waar ik ook met veel plezier aan terugdenk, zijn de hespenfeesten. Zo genoemd omdat je uit 30 verschillende soorten hesp kon kiezen om van te smullen. De feesten waren in de gemeentelijke feestzaal, op de avond van het lentefeest in Drogenbos op 30 april. Drogenbossenaren spreken mij er nog steeds over aan.’
Een goede balans
‘Als je gemotiveerd bent en omringd bent door veel medewerkers en vrienden, is zo veel mogelijk. Dan voelt je inzet niet als een opgave, maar als een hobby. Mijn taak was altijd coördineren, voor sfeer zorgen en wat niet te onderschatten valt: zorgen voor eten en drinken voor iedereen. Ik heb honderdensandwiches gesmeerd, liters koffie en drank geregeld, maar vooral veel plezier beleefd. Onze reus en al zijn attributen staan nu in de loods van zijn gemeente, waar hij geniet van een lange, diepe slaap. We hopen dat hij ooit weer wakker gemaakt wordt en zijn rol kan vervullen als verbinder tussen de Drogenbossenaren.’
‘Na het overlijden van mijn man Gilbert ben ik verhuisd naar Roosdaal, in de buurt van mijn vier (schoon)kinderen en vijf schatten van kleinkinderen. Maar mijn hart en sociaal leven blijven in Drogenbos. Ik blijf bestuurslid van het Davidsfonds en ben altijd beschikbaar om mee te werken. Ik kom ook helpen als de cultuurraad mij nodig heeft. Drogenbos is en blijft een fantastische herinnering aan zo veel mooie dagen. Het zal altijd een belangrijke plek in mijn leven blijven.’
Tekst: André Lerminiaux
Foto: Tine De Wilde
Uit: https://www.demuse.be/nl/kaaskrabber