Bruggen bouwen in het onderwijs
02/09/26
Een Nederlandstalige en een Franstalige basisschool die de taalgrens in Drogenbos overstijgen en samenwerken: dat zijn De Wonderwijzer en Le Petit Chemin. Een gesprek met directeurs Manu Coone en Jessica Vermogen, die de kunst van het bruggen bouwen beheersen.
Manu Coone: ‘Onze samenwerking gaat al heel wat jaren terug. Het begon met samen op sneeuwklassen gaan. Van daaruit zijn we steeds meer gezamenlijke initiatieven gaan organiseren, zoals de veldloop, de fakkeltocht, de fuif tijdens de sneeuwklassen en de sportdag.’
Jessica Vermogen: ‘De renovatie van onze gymzaal, die van 2023 tot 2025 liep, heeft onze samenwerking een extra impuls gegeven. In die periode mochten wij gebruikmaken van jullie sportzaal. Bovendien werken onze sportleerkrachten, Hervé en Jurgen, heel goed samen.’
Manu: ‘Dat merk je aan de manier waarop zij samen de jaarlijkse veldloop organiseren. Het is een mooi project dat onze leerlingen de kans biedt om samen
te lopen en elkaar wat beter te leren kennen.’
Hoe reageren de kinderen en de ouders op de gemeenschappelijke activiteiten?
Jessica: ‘Onze leerlingen zijn enthousiast. Ze kijken ernaar uit. Vooral omdat ze weten dat we ons best doen om er leuke en verbindende momenten van te maken. Ook van de ouders krijg ik veel positieve reacties. Zij staan volledig achter het idee om onze leerlingen op een speelse manier met Nederlands in
contact te brengen.’
Manu: ‘Dit jaar vierden we voor het eerst samen carnaval. We hebben de leerlingen van beide scholen per leeftijd gemengd. Op beide campussen konden zeaan allerlei activiteiten deelnemen. Aan de reacties merkten we dat het initiatief erg in de smaak viel.’
Op 24 september vindt jullie gezamenlijke sportdag plaats. Hoe hebben jullie die voorbereid?
Manu: ‘De sportdag is dit jaar uitgebreider dan anders. Voor het eerst neemt de gemeente de organisatie van de voormiddag op zich door een terrein met een breed sportaanbod ter beschikking te stellen. In de namiddag staat de jaarlijkse veldloop op het programma, die onze sportleerkrachten organiseren.’
Waar beleven de leerlingen zelf het meeste plezier aan?
Jessica: ‘Ze vinden het natuurlijk fijn dat ze een paar uur niet in een klaslokaal hoeven door te brengen. (lacht) De activiteiten prikkelen ook hun
nieuwsgierigheid.’
Manu: ‘Het kan best spannend zijn om eens over het muurtje te kijken. Dat merkten we nog vorige zomer, toen we jullie kleuters uitnodigden om naar de generale repetitie van de optredens voor ons schoolfeest te komen kijken.’
Jessica: ‘Dat voorbeeld sluit mooi aan bij een van onze onderwijsdoelstellingen. Wij willen kinderen al op jonge leeftijd in contact brengen met de klanken van andere talen. Zulke ontmoetingen verlagen de drempel om met een andere taal aan de slag te gaan.’
Wat zijn de grootste verschillen tussen een Vlaamse en een Franstalige schoolcultuur?
Jessica: ‘Dat is een moeilijke vraag, omdat ik nooit in een Nederlandstalige school gewerkt heb. Ik hoor onze burgemeester regelmatig zeggen dat we echt verschillend zijn. Ik vraag me dan af: wat zijn die verschillen precies?’
Manu: ‘Ik heb de indruk dat het kader waarbinnen wij werken meer afgebakend, gestructureerder en strikter is. Bij jullie lijkt er bijvoorbeeld meer ruimte
voor creativiteit en artistieke ontwikkeling. Ik vind die verschillen boeiend. Soms nemen we ook dingen van elkaar over. Tijdens de sneeuwklassen bijvoorbeeld laten jullie leerlingen toe na het avondeten in pyjama de rest van de avond door te brengen. Waarom ook niet? Als leerlingen dat gezellig vinden,
draagt dat inderdaad alleen maar bij aan de sfeer.’
Van welke gezamenlijke projecten dromen jullie nog?
Manu: ‘Ik sta open voor ideeën om onze twee scholen nog meer in de kijker te zetten. Volgend schooljaar organiseren we samen een paaseierenraap voor
onze kleuters en leerlingen van het eerste leerjaar. Daarnaast willen we ook in elkaars school gaan voorlezen.’
Als jullie de samenwerking in één woord zouden moeten omschrijven, wat wordt het dan?
Jessica: ‘Vlot, to the point …’
Manu: ‘… efficiënt, keep it simple, vergader niet meer dan nodig.’
Wat hopen jullie dat de leerlingenzich binnen 20 jaar van jullie gemeenschappelijke activiteiten herinneren?
Manu: ‘Voor veel leerlingen zijn de sneeuwklassen een onvergetelijke ervaring. Persoonlijk vind ik het bijzonder waardevol dat de bijdragen van de gemeente ervoor zorgen dat ook kinderen die anders misschien niet zouden kunnen deelnemen, nu toch de
kans krijgen.’
Jessica: ‘Ik hoop en durf te geloven dat deze ervaringen hun blik op de wereld verruimen. En dat ze bij ons geleerd hebben dat het spreken van een andere taal geen barrière hoeft te zijn, maar net geestverruimend en verrijkend kan werken.’
Tekst: Nathalie Dirix
Foto: Tine De Wilde
Uit: Kaaskrabber september