Gemeenschapskrant

Wat heeft zestig jaar faciliteiten ons gebracht?

07/09/23

Zestig jaar geleden werd in ons land de taalgrens vastgelegd en werden er in zes gemeenten van de Rand faciliteiten voor Franstaligen ingevoerd. Dat leidde tot felle protesten en straatacties. Ook vandaag werkt deze beslissing nog door in discussies over het taalgebruik in deze gemeenten. Waarover gaan die faciliteiten nu precies en hoe gaan we er vandaag mee om?

© Filip Claessens

Na de definitieve vastlegging van de taalgrens in 1962 voerde de bestuurstaalwet van 2 augustus 1963 taalfaciliteiten in voor burgers in twaalf gemeenten in ons land met een taalminderheid van minstens 30 %. Ook de Franstaligen in zes randgemeenten rond Brussel – Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Wemmel, Sint-Genesius-Rode en Wezembeek-Oppem – verwierven dergelijke faciliteiten.

De bestuurstaalwet bracht de zes gemeenten in eerste instantie onder in een eigen arrondissement, los van Brussel en de provincie Vlaams-Brabant. Het was pas met de staatshervorming van 1970 dat ze geïntegreerd werden in Vlaanderen. Na de splitsing van de provincie Vlaams-Brabant in 1995 werd een (Franstalige) adjunct van de gouverneur belast met de toepassing van wetten en verordeningen op het gebruik van talen in bestuurszaken en onderwijs in deze zes gemeenten.

Taalfaciliteiten stellen burgers in staat om hun taal – in het geval van de Rand gaat het om het Frans – te gebruiken in contacten met het lokale bestuur. De faciliteiten gelden overigens niet voor de bestuurders. Het Grondwettelijk Hof ordonneerde in 1998 dat deze faciliteiten geen afbreuk doen aan het principieel eentalig karakter van het taalgebied en dus in geen geval resulteren in tweetaligheid.

De relatieve tijdelijkheid

Omwille van vage wetgevende bepalingen en interpretaties ontstond er van meet af aan een meningsverschil tussen Nederlandstalige en Franstalige politici over het al dan niet uitdovende karakter van de faciliteiten. Volgens tal van Vlaamse politici zijn ze bedoeld als een tijdelijk, integratiebevorderend middel. Verwijzend naar de toenemende verfransing van de zes randgemeenten constateerde men aan Vlaamse kant echter dat Franstaligen zich in de randgemeenten vestigen omdat ze er door de faciliteiten verder in hun taal worden bediend. De staatshervorming van 1998 betonneerde dan het bestaande faciliteitenregime in de grondwet, waardoor het slechts kan worden gewijzigd met een bijzondere tweederdemeerderheid in het parlement en een gewone meerderheid in elke taalgroep. In elke taalgroep moet bovendien een meerderheid van de leden aan de stemming deelnemen.

Omzendbrieven en rechterlijke uitspraken

Aan een periode van relatieve rust over de taalfaciliteiten kwam een einde met de omzendbrief van 16 december 1997 van toenmalige Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden Leo Peeters (Vooruit). Faciliteitengemeenten stuurden vroeger hun Franstalige inwoners steeds opnieuw documenten in hun taal. Peeters stipuleerde dat formulieren bestemd voor het brede publiek, zoals aanslagbiljetten voor gemeentebelastingen, voortaan steeds eerst in het Nederlands verstuurd moesten worden. Franstaligen die een exemplaar in hun taal wilden ontvangen, moesten hiervoor elke keer een verzoek indienen. ‘De Franstaligen die telkens opnieuw een beroep doen op de faciliteiten mogen immers geacht worden inmiddels de taal van het gebied voldoende te kennen of toch ten minste te aanvaarden in het Nederlands te worden aangesproken of aangeschreven. Faciliteiten kunnen niet dermate ruim worden geïnterpreteerd dat zij deze integratie uitsluiten’, aldus de omzendbrief-Peeters, die even later werd gevolgd door een identieke omzendbrief voor de OCMW’s van minister Luc Martens (CD&V).

Na deze omzendbrief was het op communautair vlak een tijd onrustig in de faciliteitengemeenten. De door Franstalige meerderheden bestuurde faciliteitengemeenten bleven de oproepingsbrieven sturen volgens taalaanhorigheid, terwijl dat volgens de omzendbrief-Peeters aan alle inwoners – ook de Franstalige – eerst in het Nederlands moet gebeuren en pas daarna in het Frans als de betrokkene daarom vraagt. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 weigerde de Vlaamse Regering daarom de benoeming van de burgemeesters van Wezembeek-Oppem, Kraainem en Linkebeek goed te keuren. Ook in 2012 en 2018 werden enkele burgemeesters om die reden niet benoemd. In 2014 vernietigde de Raad van State echter de niet-benoeming van Veronique Caprasse (Kraainem) en in 2019 die van Pierre Rolin (Sint-Genesius-Rode), Frédéric Petit (Wezembeek-Oppem), Alexis Calmeyn (Drogenbos) en Yves Ghequière (Linkebeek).

Het verhaal duurt voort

Anno 2023 zijn Nederlandstalige en Franstalige politici het nog steeds niet eens over de toepassing van de omzendbrief-Peeters. Het ziet ernaar uit dat het versturen van de oproepingsbrieven bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2024 opnieuw voor wat communautaire spanningen zal zorgen. Hoewel de Nederlandstalige kamer van de Raad van State in 2004 oordeelde dat de omzendbrieven de faciliteitenregeling correct interpreteerden, stelde de algemene vergadering van diezelfde Raad van State in 2014 en 2017 dat Franstaligen slechts één keer om de vier jaar moeten laten weten dat ze documenten in hun taal willen ontvangen. Met uitzondering van Wemmel riepen vijf van de zes faciliteitengemeenten hun Franstalige inwoners daarom op zich te laten registreren. Die taalregisters werden vernietigd door de Vlaamse overheid, maar in 2021 gaf de Raad van State de faciliteitengemeenten andermaal gelijk en vernietigde op zijn beurt de Vlaamse beslissingen. In januari 2023 maakte minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) bekend dat de Vlaamse Regering de problematiek van taalregisters voorlegt aan het Grondwettelijk Hof.

Tekst: Luc Vanheerentals
Foto: © Filip Claessens
Uit: kaaskrabber september 2023

Meer nieuws

  • Gemeenschapskrant

    Hoe groen en rust combineren met drukte en bebouwing?

    14/02/24

    De druk op de Rand neemt toe: meer inwoners, meer verkeer, meer bebouwing, meer economische activiteit … Maar toch wil iedereen een groene Rand. Hoe valt dat te rijmen? En: hoe pakken een aantal gemeenten in de Rand dat aan?

  • Gemeenschapskrant

    Vrijwilliger in de kijker: Marie-Paul Neels

    14/02/24

    Vrijwilligerswerk is van onschatbare waarde. Ook in onze gemeente rekenen heel wat organisaties, verenigingen of scholen op de belangeloze inzet van vrijwilligers. Deze maand geven we het woord aan Marie-Paul Neels, die al vijf jaar aan de slag is als leesmoeder in gemeentelijke basisschool De Wonderwijzer.

  • Gemeenschapskrant

    Verdienstelijke Drogenbossenaar: Myriam Govers

    14/02/24

    Eind vorig jaar werd Myriam Govers oververdiend in de bloemetjes gezet als ‘verdienstelijke Drogenbossenaar’. Myriam is al 50 jaar bestuurslid van het Davidsfonds, waarvan 24 als voorzitter. Maar ze was ook haar hele leven de sterke vrouw achter haar man, die huisarts is, en speelde ook op die manier een belangrijke rol in onze gemeenschap.