Gemeenschapskrant

GBS De Wonderwijzer neemt afscheid van meester Luc

21/06/22

Luc Kellaert is 60 geworden en na 34 jaar als leraar in het zesde leerjaar en twee generaties kinderen te hebben onderwezen stopt hij op 30 juni met zijn activiteiten in Drogenbos. Het pensioen wenkt, zijn afscheid dus ook.

Luc werd geboren in Buizingen en bleef er tot zijn derde wonen, waarna zijn ouders een krantenwinkel in de Dworpsestraat in Lot openden. Daar bracht hij zijn jeugd door. Hij liep er school in de lagere school, volgde daarna de wetenschappelijke humaniora in het college in Halle en trok toen naar het Sint-Victorinstituut in Alsemberg waar hij de opleiding tot leerkracht volgde.

Woon je nog steeds in Lot?

‘Na mijn huwelijk met Ann ging ik een jaartje in Halle wonen, waarna ik terugkeerde naar mijn dorp Lot. Daar groeiden mijn kinderen Kitty en Bart op, die ik meenam naar GBS De Wonderwijzer. Negen jaar geleden vertrok ik uit Lot, omwille van de onleefbaarheid van de Zennestraat, waar elke dag meer dan 300 zware vrachtwagens doorrijden, op weg van en naar de Colruyt en andere bedrijven in de buurt. Ik woon vandaag in Herne. De afstand tot de school is veel langer, maar dat went.’

Hoe kwam je ertoe om voor de opleiding van leerkracht te kiezen?

‘Ik maakte deze keuze in het middelbaar, geïnspireerd door mijn leerkracht geschiedenis, meneer Clement, die zo’n impact op mij had door zijn manier van lesgeven dat ik zijn voorbeeld wilde volgen.’

Hoe begon je carrière?

‘In 1981 behaalde ik mijn diploma als leerkracht. In die periode stonden ze niet te wachten op nieuwe leerkrachten, integendeel, het was hard zoeken om een plaats in een school te vinden. De directeur van De Bijtjes in Vlezenbeek, Jan Blijkers, zei mij dat er daar een plaats vrij was. Ik ben beginnen te werken, en dat is voor mij een enorme levensles geweest. Werken met kinderen die de studieleeftijd van 6 tot 14 jaar hadden, velen met zware medische problemen, was een uitdaging, maar ook een levensles om als jongeman die net van de schoolbanken komt geconfronteerd te worden met deze situatie. Er bleef niet veel over van mijn theoretische vorming, ik moest mijn planning steeds aanpassen aan de situatie. Ik heb er enorm veel geleerd van deze kinderen, hoe zij omgingen met elkaar, met hun leerkrachten, met hun handicap. Zij hadden geen zelfmedelijden, ze waren enorm sociaal in de omgang met elkaar en ik kreeg heel veel vriendschap van hen. Jammer genoeg moest ik hen na een jaar verlaten om mijn legerdienst te vervullen.’

Jouw legerdienst, was dat een verloren jaar?

‘Eigenlijk wel. Ik was mijn plaats kwijt in De Bijtjes toen ik terugkwam en ondertussen kon ik geen anciënniteit opbouwen, zodat anderen mij voorstaken in het vinden van een job. Ik heb 5 jaar lang interims gedaan in Don Bosco Halle, in Lot en Huizingen. En toen kwam Jos Vander Meylen die directeur werd in opvolging van Jos Smolders mij vragen om het zesde studiejaar van hem over te nemen. Ik moest er even over nadenken, want ik was gelukkig in Huizingen en ik had daar goede collega’s, maar uiteindelijk koos ik toch voor zekerheid en begon ik in het schooljaar ‘87-‘88 aan mijn opdracht in Drogenbos. Tot op vandaag heb ik het mij nooit beklaagd.’

Heb je in het zesde leerjaar gestaan?

‘Ik had tijdens mijn interims in zowat elk leerjaar lesgegeven. In De Wonderwijzer ben ik 34 jaar in mijn zesde leerjaar gebleven. Ik volgde er mijn eigen weg en mijn eigen visie. Slaafs volgen wat anderen mij voorschrijven zit niet in mijn aard. Gelukkig kreeg ik van de verschillende directies de zegen om dat te doen. Het zesde is het laatste jaar van de lagere school en daarom probeerde ik al mijn leerlingen klaar te stomen voor het middelbaar. Ik leerde hen zelfstandig werken, gaf hen wapens en kansen voor hun toekomst zodat ze elk met hun eigen capaciteiten de middelbare school, maar ook het leven in konden trekken.’

Was 34 jaar in hetzelfde studiejaar lesgeven niet eentonig?

‘Helemaal niet. Ik probeerde altijd creatief te zijn en ik had in De Bijtjes geleerd om mij steeds aan te passen aan de omstandigheden en de mogelijkheden die werden geboden door de leerlingen. De resultaten van mijn aanpak waren goed, want op het kantonnaal (nu OVSG-) examen haalden de leerlingen meestal goede resultaten. Een bewijs van onze goede aanpak op school. Ik vond het altijd een eer om de goede reputatie van onze school te verdedigen en hoog te houden.’

Wat is de grootste evolutie in het onderwijs volgens jou?

‘De planlast en de administratie zijn de grote boosdoeners. Leerkrachten moeten vandaag zo veel tijd steken in niet-leeropdrachten, zoals het motiveren op papier hoe een toets is verlopen, evaluaties en uitleg over beslissingen, dat een groot deel van onze ‘vakantietijd’ erin kruipt. Het is dus niet verwonderlijk dat jongeren het onderwijs na korte tijd verlaten. Vroeger verlieten mensen het onderwijs om werkzekerheid te hebben, vandaag is het omdat zij graag kinderen willen meehelpen op de weg naar hun toekomst maar gefnuikt worden in hun ambities door administratie en overbevraging. Steeds minder jonge mensen starten met een lerarenopleiding, een groot probleem waarvoor de overheid dringend een oplossing moet vinden.’

Was het vroeger gemakkelijker?

‘Zeker en vast. Wij willen voor elk kind het beste. Vandaag is het onderwijs heel wat moeilijker geworden voor de kinderen en de leerkrachten. Daarbij komt ook dat wij in onze gemeente geconfronteerd worden met de diversiteit in onze school. Gelukkig heeft deze school een heel gemotiveerd team waar iedereen zich verantwoordelijk voelt voor de andere. Het personeelsverloop is klein, net zoals het ziekteverzuim. Dat er enkele van mijn oud-leerlingen (juf Valerie, meester Jurgen, juf Stefanie en juf Evy) deel uitmaken van dit sterke team, maakt mij extra trots.’

Hoe heb jij die 41 jaar voor de klas ervaren?

‘De tijd is voorbijgevlogen, ik heb mij in het onderwijs altijd goed gevoeld. De motivatie was steeds om de kinderen te helpen om iets of iemand te worden, en er mooie mensen van te maken. De middelen waarmee ik dat deed, was het doorgeven van kennis, van levenswijsheid en van sociale capaciteiten. Daarom vind ik het bijvoorbeeld jammer dat door de maximumfactuur in de scholen onze sneeuwklassen herleid zijn tot een luttele acht dagen. Waar wij vroeger veertien dagen met hen konden optrekken en hen behalve leren skiën, ook van natuurwandelingen, sociale omgang met elkaar en andere nodige vaardigheden konden laten proeven tijdens die periode, is het nu beperkt tot leren op de latten staan. Ook schoolfeesten met optredens worden beperkt omwille van gebrek aan tijd van de leerkrachten, die minder tijd kunnen steken in het aanleren van dansen en optredens, want anders komen leerprogramma’s in de verdrukking.’

Wat is je mening over digitale toepassingen in onze scholen?

‘Computers hebben ons leren omgaan met een andere vorm van informatieverwerving. De school en hun thuis zijn niet de enige informatiebronnen meer voor leerlingen. Het internet en de computer, onder welke vorm ook, hebben hun wereld enorm verruimd, maar misschien ook veel moeilijker te begrijpen gemaakt. Het heeft ons wel geholpen om een moeilijke coronatijd door te komen.’

‘De activiteiten die kinderen naast de school doen maakt dat de school soms bijzaak wordt en dat een huistaak ondergeschikt wordt aan trainingen en andere hobby’s. Door corona hebben we veel moeten improviseren en ook andere vormen van onderwijs, zoals online lesgeven, ontdekt. Het heeft van ons veel werk gevraagd, maar we zijn kunnen doorgaan met onze opdracht. Daar mag het hele onderwijs fier op zijn. De voldoening over onze inzet blijft. Zo staan er nog heel veel uitdagingen te wachten: de veranderde houding van ouders tegenover het onderwijs, de enorme diversiteit in onze gemeenschap, het tekort aan personeel en infrastructuur, dat alles komt vandaag op ons af, maar er oplossingen voor vinden geeft een enorme voldoening. Veel respect ook voor de directie die dit allemaal in goede banen heeft moeten leiden, een functie waarvoor ik vriendelijk bedankt heb toen ik tweemaal de gelegenheid kreeg om ze uit te oefenen.’

Wat zou je nog willen meegeven aan je leerlingen en aan alle kinderen op school en elders?

‘Zoek en vind je eigen weg in het leven. Zoek vooral uit wat je graag wil doen in je verdere leven, wat je gelukkig maakt en handel daarnaar. Rust niet te vlug op je lauweren en denk niet te vlug dat alles in orde is. Elke dag zullen er nieuwe dingen op je afkomen en zal je je moeten aanpassen. Maar een mens is flexibel en tot veel in staat.’ 

Tekst: André Lerminiaux
Foto: © Tine De Wilde
Uit: kaaskrabber mei 2022
 

Meer nieuws