submenu

David Veltman werkt ruim vier jaar aan biografie Felix De Boeck - 25/11/2021

‘De Boeck was een gelaagd iemand die niet zomaar alles prijsgaf’

Ruim een kwarteeuw na het overlijden van Felix De Boeck is er voor het eerst een wetenschappelijke en kritische biografie over de kunstschilder geschreven. ‘Het beeld dat hij van zichzelf ophing, kwam niet altijd overeen met de realiteit.’

Feit is wel dat hij als volwassene twee wereldoorlogen meemaakte en dat heel wat prominenten, zoals Van Doesburg, Mondriaan, Koningin Fabiola, Gandhi en zelfs Hitler de revue passeerden in zijn leven of werk.

Meer dan vier jaar lang verrichte de Nederlandse onderzoeker David Veltman (39) onderzoek naar het leven van kunstschilder Felix De Boeck. Het resultaat schreef hij neer in een vierhonderd bladzijden tellende biografie. Maar hoe komt het dat iemand uit Groningen er überhaupt aan denkt om zich te verdiepen in een veelgeprezen, maar op het eerste gezicht eenvoudige, Belgische kunstschilder uit een kleine gemeente? ‘Het kan een ongewone keuze lijken’, beseft Veltman. ‘Het FeliXart Museum was in samenwerking met onder meer het Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen op zoek naar iemand die een wetenschappelijk correcte biografie van De Boeck wilde maken. Op dat moment was ik aan de slag als catalogusmedewerker bij het grootste boekveilinghuis van Nederland. De vacature leek me zeer interessant en ik heb de opdracht kunnen binnenhalen.’

Brieven uit het privéarchief

In september 2016 kon Veltman van start gaan. Het zou een werk van lange adem worden. ‘Het was belangrijk om zo veel mogelijk informatie over De Boeck te vergaren. Het FeliXart Museum, waarmee ik intensief heb samengewerkt, gaf het volledige privéarchief van De Boeck in bruikleen aan de universiteit. Daarin zaten onder meer ontelbare brieven die hij heeft ontvangen. Dat was een schat aan informatie, al had ik natuurlijk ook veel interesse in de brieven die De Boeck zelf heeft gestuurd. Via de dochter van een goede vriend van De Boeck ben ik aan heel wat documenten geraakt. Al gingen daar natuurlijk verschillende telefoontjes en mails aan vooraf. Zomaar even aanbellen om die briefwisseling op te halen, dat ging natuurlijk niet. Voor mijn onderzoekswerk ben ik veel in Drogenbos geweest. De eerste twee jaar zeker elke maand. Ik wilde met zo veel mogelijk mensen, die De Boeck hebben gekend, spreken. Onder meer zijn voormalige huisdokter André Lerminiaux heeft me goed vooruitgeholpen. Hij wist niet alleen veel te vertellen over De Boeck, hij bracht me ook in contact met andere personen. En via een oproep in de lokale media kreeg ik respons van zeker een twintigtal mensen die me nog nuttige informatie konden aanreiken.’

Spirituele oriëntatie

Toch bleven er ook deuren gesloten. Veltman was immers niet van plan om het bijna iconische beeld van de hardwerkende, religieuze schilder-boer zomaar klakkeloos over te nemen. ‘De Boeck die van maandag tot en met zaterdag werkte op het veld en enkel op zondag schilderde, dat is hoe veel mensen hem zagen. Eigenlijk paste dat vooral goed in zijn religieuze wereldbeeld waarbinnen hij het schilderen voorstelde als een spirituele activiteit op de heilige dag. De realiteit was anders, al ontken ik zeker niet dat De Boeck diepreligieus was. Hij was een trouwe kerkganger. En de mensen die hij thuis ontving, hadden veelal een zekere spirituele oriëntatie. Het idee dat iedereen er zomaar welkom was, klopt niet echt. De Boeck ontving niet alleen katholieke gelovigen. Ook vrijmetselaars als dokter Jan Geerts en de dichter Pierre Bourgeois kwamen geregeld bij hem langs. Zelfs koningin Fabiola en de pauselijke ambassadeur zijn bij hem thuis geweest. Veel van zijn vrienden heeft De Boeck geportretteerd, zoals oud-premier Jean-Luc Dehaene en de toneelregisseur Albert Daenens. De Boeck had een breed netwerk, zoveel is zeker.’

Blijft er dan helemaal niets overeind van de figuur De Boeck zoals iedereen hem kent? ‘Toch wel. De Boeck was iemand die bijna altijd in of rond zijn hoeve te vinden was. Zijn vrouw Marieke was zwaar ziek, ze leed aan tuberculose. De Boeck kookte en poetste, en moest daarnaast mee zorgen voor hun dochter Marcelleke, die een fysieke en mentale handicap had. Het maakte dat De Boeck aan zijn boerderij gekluisterd was. Heel af en toe ging hij voor het werk naar het buitenland, maar daar liep hij verloren. Zo kwam hij ooit ’s avonds heel laat met de trein aan in Parijs. De hele nacht was hij onderweg naar zijn hotel, waardoor hij daags nadien de tentoonstelling van een vriend miste. Op die reizen nam hij zo veel mogelijk eten mee, op restaurant gaan was ondenkbaar. De Boeck was zeer zuinig. Uit de brieven die hij vanuit het buitenland naar zijn vrouw stuurde, kwam wel naar voren dat zij een hechte band hadden. Marieke was zijn nicht, wat nu heel vreemd lijkt maar in die tijd wel soms voorkwam. Daarop kreeg hij niet echt kritiek. Maar toen hun kinderen snel stierven – vier van hun kinderen werden niet ouder dan twee jaar – kwamen er toch vragen. De Boeck zag het echter als een opdracht van God om zo veel mogelijk kinderen voort te brengen.’

Mythes doorprikt

Dat Veltman dit najaar in het FeliXart Museum kwam spreken op een studiedag over ‘ongemakkelijke histories in een hedendaagse context’, was niet om De Boeck van zijn voetstuk te stoten. Al zijn er wel bedenkingen te maken over zijn politieke opvattingen. ‘De Boeck heeft onder meer twee portretten van Hitler geschilderd. Hij deed dat wel in opdracht, maar had die kunnen weigeren natuurlijk. Ik zeg zeker niet dat De Boeck sympathiseerde met de nazi’s, maar hij bleef bevriend met mensen die wel collaboreerden. De Tweede Wereldoorlog was voor De Boeck financieel geen slechte periode. Omdat de groothandel stillag, kwamen velen bij hem groenten, fruit en vlees kopen. Onder meer via zijn huwelijk bezat De Boeck veel grond. Een arme boer die amper rondkwam, was hij allerminst.’

Hoewel Veltman enkele mythes rond De Boeck doorprikt, hoopt hij toch dat veel Drogenbossenaren de biografie zullen lezen. ‘Ik heb het geschreven als een verhaal en heb geen jargon gebruikt, zodat het boek leesbaar is voor een breed publiek. Een vervolg is niet helemaal uit te sluiten, want een biografie is nooit af. Wie weet duiken er documenten op die nog een ander licht schijnen op de mens De Boeck. ‘Hij was een gelaagd iemand die niet zomaar alles prijsgaf’, zegt Veltman. ‘Hoe dan ook zal ik nog af en toe naar Drogenbos afzakken. Zo ben ik gevraagd om in het wetenschappelijk comité van het museum te zitten. En wie weet begin ik wel aan een geschiedenisboek over Drogenbos. Tijdens de voorbije jaren ben ik immers zo veel over deze gemeente te weten gekomen.’

De biografie Sterven in het bed waarin ik geboren ben is onder meer te verkrijgen in de museumshop van het FeliXart Museum en via de Nederlandse uitgeverij Verloren.

Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
Uit: kaaskrabber november 2021