submenu

Bakoven Felix De Boeck krijgt tweede leven door Werner Godfroid - 21/09/2021

‘Kinderen staan te popelen tot hun broodjes klaar zijn’

Werner heeft zich dit jaar al meermaals van zijn woonplaats Bever in het diepe Pajottenland naar de FeliXartsite in Drogenbos begeven. Zo bakte hij dit voorjaar brood tijdens een familiedag en tijdens de opening van de pas gerestaureerde hoeve van Felix.

Buurtbakkers

‘Tijdens zomerkampen bak ik samen met de kinderen brood. Ik laat ze zo veel mogelijk zelf doen. Dat is meer dan enkel het kneden van het deeg. Ze mogen ook kiezen wat ze erin doen. Het is fijn om te zien hoe de kinderen staan te popelen tot hun broodjes klaar zijn. Ze zouden ze zelfs gloeiend heet opeten’, vertelt Werner. ‘Verder word ik ingeschakeld bij het zogeheten buurtbakkersproject om inwoners van Drogenbos en omgeving te leren hoe ze pizza’s en brood moeten bakken. Ik toon ze hoe ze de oven kunnen aansteken. De bedoeling is dat ze uiteindelijk zelf ter plaatse aan het bakken kunnen gaan, zonder mijn begeleiding. Ook enkele leerkrachten van de gemeenteschool toonden al interesse om samen met hun leerlingen de oven te komen gebruiken.’

Van zoon op vader

Zijn passie voor het bakken kreeg Werner opvallend genoeg niet via zijn ouders of grootouders, maar via een van zijn zonen door. ‘Mijn jongste zoon is na het volgen van een opleiding aan de bakkerijschool een tiental jaar bakker geweest. Intussen is hij zaakvoerder van een bouwbedrijf, maar zijn interesse in bakken en ovens is gebleven’, legt Werner uit. ‘Mijn zoon en ik hebben acht jaar geleden zelf een bakoven in mijn tuin heropgebouwd. Mijn vrouw en ik wonen in Bever in de hoeve van mijn ouders en grootouders en we wisten dat hier vroeger een bakoven had gestaan. Mijn grootvader heeft er nog brood in gebakken. De oven raakte echter in onbruik en werd uiteindelijk afgebroken. Op basis van oude foto’s wisten we ongeveer waar de oven stond en na het nodige opzoekingswerk konden we aan de slag gaan. Al op de eerste dag van de graafwerken zijn we op de funderingen gestoten en zo hadden we al meteen het grondoppervlak. Zes weken lang hebben we er iedere dag aan gewerkt tot hij klaar was.’

Het was eerder toevallig dat Werner in 2012 zijn eerste bakles gaf. ‘Aan de oven in Drogenbos vond er een cursus broodbakken plaats, georganiseerd door volkshogeschool Archeduc, waar ik toen directeur van was. De lesgever moest toen echter op het laatste moment verstek laten gaan. Mijn team wist dat ik thuis graag bakte en vroeg me om hen uit de nood te helpen. Hoewel ik onvoorbereid was, is het me toch gelukt om die cursus te geven. Lesgeven is me niet vreemd, ik ben van opleiding leraar geschiedenis en was lang professioneel actief in de vormingswereld. En alles wat erfgoed is, boeit me enorm. Na die eerste cursus had ik de smaak van het lesgeven weer te pakken. Zowel thuis als op locatie geef ik vormingen. Niet alleen via Archeduc – intussen omgedoopt tot Avansa Halle-Vilvoorde –, ook verenigingen of organisaties kunnen me inschakelen. Ik geef samen met mijn vrouw Loes les. Zij geeft de uitleg over alles wat met het deeg te maken heeft, ik neem de oven en het bakproces voor mijn rekening. De workshops zijn geschikt voor iedereen. We krijgen zowel jongeren als ouderen op bezoek in onze tuin. Sommigen hebben veel ervaring, anderen hebben nog nooit iets gebakken. We beperken de vorming tot één dag en met de opgedane kennis kunnen de mensen nadien thuis zelf experimenteren. Dat is meteen het geheim van een goed brood. Geduld hebben en durven uitproberen.’

Levend erfgoed

Omwille van de coronasituatie was er van workshops en vormingen bij Werner en Loes thuis meer dan een jaar geen sprake. Dat betekent zeker niet dat hun oven onaangeroerd bleef. ‘We hebben veel voor onszelf gebakken. Om één of twee broden te bakken, zetten we de oven niet in gang. Als ik de oven aansteek, is het voor een hele dag. In de oven kunnen achttien broden, aan het einde van de dag heb ik er vijftig à zestig gebakken. Een deel belandt in onze diepvries, de rest delen we uit aan familie, vrienden en buren’, vertelt Werner. ‘Met de kleinkinderen maken we geregeld pizza’s’ in de oven. Het gebeurt ook dat we na het bakken van de broden of pizza’s nog een schotel met vlees en patatjes in de oven plaatsen. Die is dan nog warm genoeg. Een dag later heeft de oven een temperatuur van zestig graden, ideaal om kruiden of appeltjes te drogen. Taarten bakken zou ook kunnen, maar we zijn geen taarteneters. Wat het verschil is met het gebruik van de oven in de keuken? Als je oven thuis 240 graden moeten zijn, dan stel je dat zo in. Met een op hout gestookte bakoven is dat anders. Je begint bij 280 graden en nadien daalt de temperatuur. Voor een tweede baksel moet je dan bijstoken. Ook moet je rekening houden met de weersomstandigheden, zoals de buitentemperatuur en eventuele regenval. Authentieke bakovens zijn levend erfgoed, in de streek is er meer en meer interesse voor. Organisaties zoals Erfgoedcel Pajottenland-Zennevallei en het Regionaal Landschap hebben er projecten over en op meerdere plaatsen zijn er al bakovens gerestaureerd.’

Naast het bakken is Werner nog met veel andere dingen bezig. Zo is hij in zijn thuisgemeente lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, het tweede uitvoerende orgaan van het OCMW. En sinds de paasvakantie van dit jaar is hij actief als leerkracht in de school in Laken waar hij vroeger directeur was. ‘Ik geef er in het beroepsonderwijs les aan leerlingen die omwille van de coronasituatie leerachterstand hebben opgelopen. Ook dit jaar blijf ik er werkzaam. Via coteaching zal ik er ook een collega opleiden. Het was sinds 1992 geleden dat ik nog in een school had lesgegeven, maar het is heel goed meegevallen.’

Tekst: Jelle Schepers
Foto © Tine De Wilde
Uit: kaaskrabber september 2021