submenu

Juf Sonia gaat met pensioen - 11/02/2020

‘Ik heb alleen fantastische herinneringen aan deze school’

Op 10 december werd Sonia Maes 65 en zo werd het voor haar tijd om met pensioen te gaan. Sonia was 26 jaar lang de ‘duivel-doet-al’ in de gemeentelijke basisschool De Wonderwijzer, de Nederlandstalige school van Drogenbos.

Sonia’s ouders zijn vanuit  Oudenaarde uitgeweken naar Brussel, eerst naar Molenbeek en dan naar Sint-Gillis. Zoals veel Vlamingen in die tijd moest Sonia naar het Franstalig onderwijs om meer kansen te krijgen in het leven. Op haar 18e studeerde Sonia af aan de Filles de Marie in Sint-Gillis met een diploma handel. In 1972 begon ze te werken. Haar eerste job was bij de boekhouding van de Regie van Telefoon en Telegrafie. ‘Dat waren echt geen gelukkige jaren omdat het werk me niet lag. Het was mijn droom om kinderverzorgster te worden, maar mijn ouders vonden dat beroep te min voor hun dochter. Het was een tijd waarin ouders beslisten over de toekomst van hun kinderen. Zij vonden dat bureauwerk meer aanzien had dan kinderen verzorgen.’

In 1974 trouwt Sonia met Francis Dons. Ze gaan in de Sterstraat in Ukkel wonen. In 1978 wordt hun dochter Valerie geboren. ‘Zij kreeg van ons wel de vrije keuze en is vandaag lerares in het tweede leerjaar van GBS De Wonderwijzer.’ In 1979 volgde de geboorte van Delphine. Ook zij is kleuterjuf, in Den Hoek in Sint-Genesius-Rode. Zodra de kinderen er zijn, volgt Sonia haar hart en stopt ze met buitenshuis te werken.  Ze concentreert zich op de opvoeding van haar dochters en op haar huishouden. ‘Toen de kinderen groter werden, vond ik dankzij de hulp van Christiane, die toen de bakkerswinkel in de Kerkstraat runde, een job bij twee lieve mensen in Drogenbos, als poetsvrouw. Dat gaf mij een bezigheid, sociale contacten en de kans om er voor mijn kinderen te zijn.’

Inschrijven aan de voordeur

‘Toen mijn kinderen naar school moesten, kwamen zuster Marie-Paule en mevrouw De Block aan onze deur bellen om hen in te schrijven in de Nederlandstalige Gemeentelijke Basisschool, rechtover onze deur. In die tijd moesten de scholen nog geen kinderen weigeren. Integendeel, er werd actief gezocht om voldoende leerlingen in de school te krijgen. Mijn kinderen waren tot dan toe volledig Franstalig (mijn echtgenoot is een Brusselaar en ikzelf heb mijn opleiding  in het Frans gedaan), maar het lukte hun wonderwel in de Nederlandstalige school. Vandaag beklaag ik mij nog meer dan vroeger dat ik mijn schoolcarrière niet in het Nederlands heb kunnen doen.’

‘Ik werd lid van de ouderraad van de school. In 1994, bij de inhuldiging van de computerklas, werd ik uitgenodigd voor de viering van dit evenement. Marie-Rose, de toenmalige eetzaal- en bewakingsverantwoordelijke vroeg of ik het niet zag zitten om haar te komen helpen en zo de ploeg weer volledig te maken.  Zij had van directeur Jos Vandermeylen de vrijheid gekregen om zelf haar personeelskeuze te maken. En hoewel zij mij niet goed kende en ik haar niet, moet ik tijdens het ophalen van de kinderen of op de ouderraad opgevallen zijn. Of iemand moet mijn naam gesuggereerd hebben. Na overleg thuis heb ik toegezegd en dat was het begin van de 26 jaar in dienst van GBS De Wonderwijzer. Mijn enige voorwaarde was dat ik thuis zou kunnen zijn als de kinderen examens hadden. Dat was voor Marie-Rose geen probleem.’

‘Ik begon elke dag om 11.15 uur met het klaarzetten van de eetzaal, dan ging ik de maaltijden opwarmen en verdelen.  Ik hielp de kinderen bij het eten en daarna ruimde ik alles op en deed de afwas. Alles werd gepoetst en vanaf 15 uur nam ik de bewaking van de kinderen in de opvang voor mijn rekening, tot 18 uur. Ik ben streng geweest voor de kinderen, maar regels moeten worden nageleefd. Mijn werk was mijn leven, omdat ik enorm van kinderen hou. Dat was waarschijnlijk een tegenreactie voor mijn gemiste kans als kinderverzorgster.’

Scherven brengen geluk

‘Enkele (bijna) dramatische gebeurtenissen uit mijn loopbaan zijn me bijgebleven. Zoals toen de zoon van meester Luk bijna onder een auto liep, om zijn bal op te rapen die op straat rolde. Ik kon hem op het laatste moment nog vastgrijpen. Yannick duwde op een dag met zijn ellenboog al spelend de grote ruit van de klas uit het houten kader. Met veel lawaai viel de ruit, gelukkig had Yannick niets. Het was vrijdagnamiddag voor de herfstvakantie. Er was geen ruitenmaker of iemand van de gemeente beschikbaar om de klas af te schermen. Ik heb die nacht echt niet goed geslapen. Er was verder natuurlijk hier en daar een wondje dat moest worden gehecht. Dan mocht ik de kinderen bijstaan, veel moeders en vaders konden namelijk geen bloed zien zonder bleek te worden. Ergere dingen dan dat heb ik gelukkig niet meegemaakt. Ik heb voor de rest alleen fantastische herinneringen aan deze school. Zoals aan het respect dat alle leerkrachten voor ons hadden en aan de collegialiteit en hulp die we van elkaar kregen. Toen mijn collega Martine ziek was, hielpen leerkrachten en zelfs de directeur mee met afwassen en opruimen. De familiale sfeer en de vele contacten met ouders: het zijn herinneringen om te koesteren. Mijn afscheidsfeest op school was de apotheose. Het was een geweldige verrassing die me veel voldoening gaf omwille van de erkenning die ik voor mijn werk gekregen heb. Alle kinderen en leerkrachten hebben meegevierd en in alle klassen werd een verrassing voorbereid. Het werd een dag om nooit te vergeten.’

Wat nu?

Ik heb veel geluk gehad. Door toeval is mij veel gegeven en daardoor kan ik vandaag voldaan op mijn leven terug- kijken. Mijn werk, mijn gezin, de sociale contacten in onze gemeente, het maakt van mijn leven een lange zondag. Ik doe nu even niets, ik zal een ander evenwicht moeten vinden. Ik ga even recupereren en dan zien we wel. De school mag nog altijd een beroep op mij doen als dat nodig is, mijn kinderen en kleinkind ook. Ik wil geen vast engagement meer, maar hulp en steun bieden waar dat nodig is. Ik heb mijn leven tot nu toe laten leiden door gezin, werk en kinderen. Misschien probeer ik nu mijn eigen weg te kiezen. Het lot en het toeval zullen mij zeker de weg wijzen. Wat mij vandaag het meeste treft, is het verdwijnen van het gevoel dat Drogenbos nog een dorp is. Het verloren gaan van sociale contacten, evengoed met de ouders in de school als op straat. Hopelijk komt dit ooit terug, maar de stress van het werk, de tijdsdruk, de drang naar meer en meer bezit en luxe, maakt onze maatschappij volgens mij niet gelukkiger.’

Bedankt Sonia, voor je inzet voor de zowat 700 kinderen die je tijdens je loopbaan hebt geholpen. Het ga je goed.

 

 

Tekst: André Lerminiaux
Foto: Tine De Wilde
Uit: kaaskrabber februari 2020